Mariette Wijne

Amsterdam, zondag 4 februari 2018

Het begin van weinig

In de winkel van het Antwerpse modemuseum hing een sacrale sfeer. Het was er witstil en alle zorgvuldig neergelegde boeken leken essentieel. Boeken over mode, conceptuele kunst en 'hoe te leven'. Bij de kassa viel mijn oog op goodbye, things van Fumio Sasaki. Een essay over minimalistisch leven. Op de achterkant las ik 'wees een lener, vind je uniform'. Waarschijnlijk gaf het laatste de doorslag. Mijn hele leven verlang ik al naar een persoonlijk uniform, hangend in een kleine kast die naar sandelhout ruikt en waarin ik zonder bril een kledingstuk kan vinden dat geen enkele aanpassing of verduidelijking behoeft. Twee zwarte rokken en een paar blouses. Een jas voor alle seizoenen.

Wellicht dat de jonge Fumio - wit overhemd, zwarte broek, kleermakerszit – mij dichter bij dit visioen kon brengen? Ik kocht er een olijfkleurig opschrijfboekje bij. Met minder spullen zou ik vanzelf meer tijd hebben om allerlei slimme dingen op papier te zetten. Een schone lei, poëzie, de zin van het leven: het schoot allemaal door me heen terwijl ik mijn pinpas door de sleuf haalde en de verkoper complimenteerde met de sereniteit van zijn winkel. Zie: ik was nog niet eens begonnen met minimalistisch te leven en nu al een beter (aandachtiger, aardiger) mens.
Fumio en Moleskine verdwenen samen met de kassabon in een papieren zakje. Het zakje verdween in mijn tas. En die tas werd de volgende dag op Station Roosendaal gestolen. Door iemand die ik niet heb gezien, omdat ik door zijn handlanger werd afgeleid. Ik was er altijd vanuit gegaan dat bij een babbeltruc een hoop fantasie en welsprekendheid kwamen kijken, maar mij werd in gebrekkig Engels gevraagd: 
Where does the train to Antwerp go?
Sorry?
Where does the train to Antwerp go?
Over there.
I don't understand.
Daar! DAARO (sukkel).

Ineens leek hij het te begrijpen. Hij lachte een moeilijk te plaatsen lachje en liep in de richting die ik hem gewezen had. Mijn lichaam wist het eerder dan ik.
Schrik.
Wat?
Weg. 

'Mijn tas', riep ik een paar keer terwijl ik als een kip zonder kop over de perrons rende en de eerste de beste geüniformeerde mens aansprak. Een paar NS'ers zijn nog een stilstaande trein naar Antwerpen gaan doorzoeken. Op z'n boerenfluitjes – vond ik. En dat vond ik ook van de aangifteprocedure op het politiebureau van Roosendaal. Ik pulseerde van de adrenaline. Ik wilde videobeelden zien, de daders op de hielen zitten, in de boeien slaan ... maar ik moest netjes op mijn beurt wachten. Twintig minuten. De dienstdoende agent had geen tijd of zin om mij in een van privacy verzekerde spreekkamer te woord te staan. Hij bleef zitten waar ie zat. Achter zijn bureau, zo'n drie meter bij de balie vandaan. Om er zeker van te zijn dat hij de juiste dingen noteerde, moest ik hard praten en veel herhalen. Zodoende hoorden alle aanwezigen wat er in mijn tas had gezeten.
Mijn pyjama, wat toiletartikelen, een lievelingsjasje, slippers, sleutels, (een gedragen onderbroek, die in mijn gedachten steeds groter en vuiler werd, een vijandige vlag die de rovers uit woede om de teleurstellende buit aan het einde van een parkeerplaats bij een verlaten benzinestation in brand zouden steken) en dan nog alle nieuwe spullen die ik op de drempel van een leven met minder spullen in Antwerpen had gekocht:
drie truitjes van Uniqlo,
een vestje van Marni,
een blouse van APC,
een notitieboekje van Moleskine
en een Penguinpocket: goodbye,things.

Waardeloze prullen voor wie op zoek is naar juwelen en creditcards, maar voor mij van levensbelang. Mijn spullen. Mijn lieve spullen. Weg, voordat ik goodbye had kunnen zeggen.

Er komt meer.

fumio