Mariette Wijne

Moinhos do Dao, zondag 18 juni 2017

Vuur

De dag begint zo goed. Met paarse yogamatjes in het lange gras en vier vrouwen op hun rug. Armen en benen in de lucht. Daarna nog een stijve zonnegroet. Voor het ontbijt kort contact met de buitenwereld. Zien of ik nog ergens gemist word. Teletekst dan maar. 'Bosbranden in Portugal', lees ik als eerste. De ergste sinds 1949. Onder de 32 doden veel vluchtende mensen die in hun auto overvallen zijn. Lees: levend verbrand. Iemand weet dat het vuur is aangestoken. Dat zegt het Teletekstbericht. Maar later blijkt het de droge donder te zijn. Wel onweer en schichten, maar geen regen boven een uitgedroogd land vol eucalyptusbomen die met hun sliertige bast en smalle dorre blaadjes als brandversnellers werken.
Freya komt met verschrikte ogen van het grote huis naar beneden gelopen. 'Hebben jullie het nieuws al gelezen? Ongekend hevige branden ten zuiden van Coimbra.' Waar zitten wij eigenlijk? Hoe groot is Portugal? Hoe snel reist vuur? Rita, een van de cursisten, is vrijdag via Coimbra naar hier getreind. Als zij in een ochtend van die stad naar de Moinhos kan reizen, dan kan vuur dat natuurlijk ook.
We checken het nieuws, kijken op kleine schermen naar een 'bosbrandkaart' van Portugal en beantwoorden bezorgde berichten uit Nederland. Voordat de les begint stellen Freya en Steve ons gerust. Ze houden de boel nauwlettend in de gaten. Ze beloven dat ze ons (en de dieren) zullen evacuëren nog voordat we in paniek kunnen raken. Er zijn twee vluchtroutes. En er is de rivier.
Mijn belangrijkste spullen stop ik in één tas. Ik trek snellere schoenen aan. 
Ondertussen trekt de hemel dicht. Het licht wordt geel als in Het Offer van Tarkovski, een film over de Laatste Dag. Niet aan denken. Driehonderd kilometer verderop is ver weg. In Nederland zou dat België of Duitsland zijn. Bovendien loopt er een bergketen tussen hier en die hel. 'Laten we maar beginnen', zeg ik tegen de cursisten. Het thema van de dag: moet ik het veranderen? Maar de blaadjes zijn al geprint. Iedereen heeft al gezien dat er VUUR boven het dagprogramma staat. 

We schrijven en lezen voor. En we moeten af en toe ook lachen. Moe van de zorg gaan we twaalf uur later slapen. 61 doden. Drie dagen van nationale rouw. Geen ster aan de hemel. Arm Portugal.


Moinhos do Dao, zaterdag 17 juni 2017

Aan de overkant

In de sala. Een kamer als een Lourdesgrot. Het plafond is vijf meter hoog. Op de vloer liggen plavuizen. Eén wand is een originele rots, de overige drie zijn door mensen gebouwd met rotsblokken van minstens een meter bij een meter. Er staat een houtkachel. De honden en katten schuilen hier vaak voor de regen of hitte. In weersomstandigheden als deze is het slim om te doen zoals de dieren doen. Ze zoeken de koelste plekken op. Daarom heb ik hier vanochtend de boel schrijfklaar gemaakt. Deze grot is vanaf nu ons lokaal. Hier liggen de boeken. Hier staat de printer. Hier is wi-fi.
Zoetjesaan begin ik de zenuwen te krijgen. Als ze het maar leuk vinden. Als ze maar op gang komen. De Moinhos is zo overweldigend mooi, misschien leidt al dat natuurgeweld juist af? Ik ben er met mijn rug naartoe gaan zitten. Zo. Dat is beter. Ik kijk nu naar de rots. Er vliegen vliegen om mijn hoofd. Op de andere oever maakt een clubje mannen lawaai. De wind brengt hun bastonen ongeschonden de sala in. Ik versta niks van wat ze balken en proesten. Volgens Freya is er een jarig. Ze zongen hem net toe. Nu lijken ze zich geen raad meer te weten met de situatie. Ze schieten in het wilde weg hun kreten in de lucht. Stoer. Uitgelaten. Maar ik krijg niet de indruk dat ze vrolijk zijn. Het feestje lijkt een moetje.
De plek waar ze tegen elkaar staan te roepen hoort bij de Moinhos. Het is dus privébezit, maar iedereen heeft vrije toegang tot de rivier. Regelmatig komt er een herder met zijn kudde langs. Komt er een kudde met hun herder langs. Hij vloekt ze de juiste richting uit. Soms blijven er een paar weigerachtige schapen achter. Die worden dan de volgende dag door de vloekende herder opgehaald. De plek is ook geliefd bij vissers. Als de gedoogde gasten eruitzien alsof ze er een troep van zouden kunnen maken, worden ze door Steve streng toegesproken. Ze moeten hun afval meenemen. En ze mogen er niet poepen.

Nu zingt er eentje met kermende, lange uithalen. De anderen klappen. Slaan bierflesjes tegen elkaar op de maat van het lied.

Dat wordt natuurlijk poepen. 


Moinhos do Dao, Mangualde, vrijdag 16 juni 2017

Klein en rond

... waar we gister arriveerden aan de vooravond van een hittegolf. De verwachte temperaturen schommelen tussen de 36 en 40 graden Celsius. Ideale omstandigheden voor een schrijfweek in de blote natuur. Alhoewel, genoeg schrijvers hebben bewezen dat hitte niet nadelig hoeft te zijn voor de productie. Op een snikheet en vochtig Cuba bezocht ik de villa van Hemingway. Je mocht er niet in. En je mocht er geen foto's nemen. Om het huis heen lopen was wel toegestaan. Langs alle zijden van de bungalow stonden suppoosten die in ruil voor wat toeristengeld bereid waren weg te kijken als je toch een raam of openstaande deur wilde fotograferen. Een stom systeem waar ik me weer eens te goed voor voelde. Zodoende heb ik geen foto's van Hemingways huis maar wel een verdroogde kokosnoot die ik meenam uit zijn tuin. Door al die geboden voelden het bukken en oprapen als stelen. Hemingway zegt me niet veel, maar hij heeft wel een paar geestige uitspraken over schrijven gedaan, zoals (uit het hoofd): Schrijven is eenvoudig. Je gaat achter de typemachine zitten en bloedt.

Vanwege de klamme hitte bleef ik mijn eerste dagen op Cuba binnen. Ik hield me schuil in een koele kamer en las boeken die anderen daar voor mij hadden achtergelaten. Zo maakte ik kennis met The No. 1 Ladies' Detective Agency-serie van Alexander McCall Smith en had daarna nog weinig behoefte om naar buiten te gaan en Havana te zien. Ik lag op bed en las. Nog steeds denk ik bij Cuba aan Botswana waar de detectiveverhalen zich afspelen. Hitte, insecten, voodoo en vermisten. Door de afstand die ik eerst vliegend en daarna lezend aflegde, had ik in die pensionkamer het gevoel van de wereld te vallen. Zo klein en rond voelde de aarde.

Nu zit ik bij de Dao (met een golfje op de a) te wachten op de wielewaal. Hem of haar te zien krijgen op de eerste dag op de Moinhos is misschien wat veel gevraagd? De rivier stroomt anders dan ik me herinner. Van links naar rechts in plaats van andersom. Dat betekent dat ik daarnet honderd slagen stroomopwaarts ben gezwommen, door eilanden van smalle bruine blaadjes. Op de linkeroever zag ik het mensennest waar Freya ons over vertelde. Het is gemaakt door een kunstenaar die iets land art-achtigs wilde achterlaten op het terrein. Nadat het klaar was, heeft de maker erin geslapen. Ze vertrok op vrijdagavond met een koffertje en keerde op zondagmiddag terug. Het nest is hier 100 meter vandaan. Nog een bewijs dat je niet ver hoeft te gaan om weg te zijn.

Vanavond ga ik kijken of er een ei in ligt. Daarvoor is het nu te warm. De hitte is hier.